Kamerplanten

Eerder schreef ik al over ons gebrek aan groene vingers in de blogpost het aardse paradijs. Niet alleen de vormgeving en verzorging van de buitenbegroeiing ondervindt hiervan de gevolgen. Ook de indoorbeplanting laat zeer te wensen over.

Onze eerste gezamenlijke stappen op interieurgebied zetten wij in een Tilburgse galerijflat. Het meubilair was niet meer dan een creatieve samenvoeging van twee studenteninboedels. De nieuw betrokken woning werd echter wel al snel voorzien van meer of minder spiksplinternieuwe plantaardige variëteiten. De tweedehands exemplaren – onder meer overtollig verklaarde verschoppelingen van de werkplek – kregen gezelschap van frisse gewassen uit de winkel. Kortom, op plantaardig gebied kwam onze huiselijke omgeving op dat moment niets tekort.

Maar dan slaat het noodlot toe: de planten gingen er steeds slechter uitzien en bleken een parasiet te hebben opgepikt. Tripsen, bleek later. We hebben van alles geprobeerd, maar er bleek niet veel tegen deze plaag bestand (behalve het illegaal verkregen landbouwgif dan…). Later maakte de verhuizing naar ons eerste koophuis een einde aan deze plantenverzameling.

In de jaren dat onze dagindeling voornamelijk bepaald werd door werk buitenshuis legde de
indoorbeplanting vaker het loodje, om dan weer voor de zoveelste keer vervangen te worden door nieuwe exemplaren. Hoewel ik een groot liefhebber ben van weelderige varenachtige planten, kochten wij steeds meer planten van het soort dat tegen verwaarlozing kan en droge tijden weet te appreciëren.

Nu worden de levende interieurelementen van het plantaardige soort gedomineerd door de barre tijden overlevende wolfsmelkachtige en een stokoude ficus, die – afkomstig van een of andere werkplek – ons al decennialang gezelschap houdt. De wolfsmelk schiet op gezette tijden eigen zaadjes in het rond, hopende op een landingsplek in de aarde van een andere pot, waar dan weer nieuwe plantjes gaan groeien. Overal door het huis staan inmiddels kinderen en kleinkinderen.

Deze bevolking wordt aangevuld door een soort die wij zelfs niet kapot krijgen: orchideeën. Okee, na een jaar zien ze er niet echt aantrekkelijk meer uit, maar met een beetje geluk krijgen we wel ieder jaar bloemen te zien. Van sommige doorzetters onder hen. Niet van allemaal.

Categorieën:Huishouden

Tagged as:

2 replies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s